Op deze pagina een aantal foto’s van oude korpsschepen. Onze informatie is niet helemaal compleet. Indien u meer informatie of aanvullingen heeft? Laat het ons weten en vul het contactformulier onderaan deze pagina in. Alvast bedankt!

Abraham van der Hulst.

Het voormalige netpoortschip van de Koninklijke Marine, arriveerde in 1961 bij het ZKK Maassluis.

De Abraham van der Hulst (A928) is gebouwd bij de Scheepswerf en Machinefabriek P. Smit te Rotterdam 1936. Voor het eerst in dienst gesteld: 11 oktober 1937. Deze mijnenveger was één van de vier in Nederland gebaseerde mijnenvegers van dit type. Gedurende de mobilisatie (1939-1940) vormden deze vier schepen het eerste flottielje mijnenvegers met als basis Den Helder. Hiervan ging Werd gedurende de meidagen 1940 naar het IJsselmeer gezonden ter versterking van de strijdkrachten aldaar; redde de bemanning van de Hr.Ms. kanonneerboot Friso, welke bodem op 12 mei 1940 nabij Enkhuizen door de Duitsers met geschutvuur in de grond geschoten. Kon op 14 mei d.a.v. niet meer uitwijken naar Engeland en werd derhalve, door de eigen bemanning tot zinken gebracht.

Het schip werd op last van de bezetter gelicht en kwam als M552 in dienst bij de Duitse Marine. Na de capitulatie teruggevonden en naar Delfzijl overgebracht. Hersteld bij de Rijkswerf in Den Helder en medio 1946 weer als Hr.Ms. Abraham van der Hulst in dienst gesteld.

Deed van mei tot augustus 1947 dienst als visserij-politievaartuig om op 16 september van dat jaar naar Indonesië te vertrekken samen met Hr.Ms. Pieter Florisz. Na eerst ingeschakeld te zijn geweest bij patrouillediensten werd het schip op 1 juli 1949 ingedeeld bij het eerste flotielje mijnenvegers. In flottieljeverband op 15 augustus 1951 terug naar Nederland.

Na een kort onderhoud werd het schip op 26 mei 1952 weer in dienst gesteld ten behoeve van de vaaropleidingen waarvoor de Abraham van der Hulst ligplaats kreeg te Vlissingen. Op 12 juni 1953 naar de Rijkswerf te Den Helder voor ombouw tot netpoortschip. Werd als zodanig in reserve gehouden tot definitieve uitdienststelling medio 1961. Daarna als opleidingsschip in gebruik bij het korps Maassluis.

De Houtman

ZKK Alkmaar.

Canopus

Het eerste korpsschip van ZKK IJmuiden. De voormalige loodsboot arriveerde bij het korps in 1953. Het schip ging bij het korps weg in 1962. Het werd uiteindelijk gesloopt.

Abraham Crijnssen

Het derde korpsschip van ZKK Den Haag. Het voormalige netpoortschip van de Koninklijke Marine arriveerde in 1961 in Den Haag.

De Abraham Crijnssen (A925) is gebouwd bij de werf Gusto/voorheen A.F. Smulders te Schiedam, 1936. Voor het eerst in dienst gesteld: 26 mei 1937. Bij het uitbreken van de tweede wereldoorlog verbleef het schip als mijnenveger in Indonesië. Het behoorde aldaar tot een flottielje van vier schepen, dat op 20 augustus 1937 van Vlissingen naar Batavia vertrok en dat na aankomst te Soerabaja werd gebaseerd als divisie mijnenvegers no.2. De Abraham Crijnssen was de enige van deze vier schepen, welke gespaard bleef. Zij slaagde erin, gecamoufleerd als eiland, de Japanse blokkade begin maart 1942 te doorbreken en naar Australië uit te wijken. Zij deed aldaar escortediensten en diende als opleidingsschip voor onderzeebootbestrijding.

Keerde eind 1945 naar Indonesië terug. Werd hier ingeschakeld bij patrouillediensten tot medio 1949. Met de inmiddels uit Nederland gearriveerde drie overige schepen van dit type vormde zij op 1 juli 1949 het eerste flottielje mijnenvegers. In flottieljeverband op 15 augusts 1951 terug naar Nederland, alwaar de schepen op 27 oktober d.a.v. arriveerden. Na een kort onderhoud werd de Abraham Crijnssen ter beschikking gesteld van de technische opleidingen der Koninklijke Marine te Amsterdam om op 1 maart 1956 naar de Rijkswerf te Den Helder te worden overgebracht om te worden omgebouwd tot netpoortschip. Werd als zodanig in reserve gehouden tot definitieve uitdienststelling medio 1961. Daarna als opleidingsschip in gebruik genomen bij het korps Den Haag. In 1971 overgegaan naar korps Rotterdam. Momenteel ligt de Abraham Crijnssen afgemeerd bij het Marinemuseum in Den Helder.

Entreprise

ZKK Den Haag.

Pieter Floritsz

Het tweede korpsschip van ZKK IJmuiden. Het voormalige netpoortschip van de Koninklijke Marine arriveerde in 1961 in IJmuiden.

De Pieter Floritsz (A926) is gebouwd bij de Scheepswerf en Machinefabriek P. Smit te Rotterdam 1936. Voor het eerst in dienst gesteld: 13 september 1937. Deze mijnenveger was één van de vier in Nederland gebaseerde mijnenvegers van dit type. Gedurende de mobilisatie (1939-1940) vormden deze vier schepen het eerte flottielje mijnenvegers met als basis Den Helder. Hiervan gin Hr.Ms. Willem van Ewijck op 8 september 1939 verloren. (liep op een mijn bij Terschelling) Werd gedurende de meidagen 1940 tesamen met de Hr.Ms. Abraham van der Hulst naar het IJsselmeer gezonden ter versterking van de strijdkrachten aldaar. Op 14 mei 1940 werd de Pieter Floritsz door de bemanning tot zinken gebracht, aangezien er geen mogelijkheid bestond om naar Engeland uit te wijken. Het schip werd op last van de bezetter gelicht en kwam als M551 in dienst bij de Duitse Marine. Na de capitulatie teruggevonden, werd de Pieter Floritsz op de Rijkswerf in Den Helder hersteld en medio augustus 1946 weer in dienst te worden gesteld.

Van mei tot augustus 1947 fungeerde het schip als “visserijpolitiekruiser” om een maand later, te zamen met Hr.Ms. Abraham van der Hulst, naar Nederlands- Indië te vertrekken. Werd op 1 juli 1949, na eerst nog wat patrouillediensten in de Indonesische wateren verricht te hebben, ingedeeld bij de eerste flottielje mijnenvegers. In flottielje-verband op 15 augustus 1951 terug naar Nederland, alwaar de schepen op 27 oktober d.a.v. arriveerden.

Na een kort onderhoud werd de “Pieter Florisz” op 14 november 1952 ter beschikking gesteld van de technische opleidingen der Koninklijke Marine te Amsterdam om op 1 augustus 1955 naar de Rijkswerf te Den Helder te worden overgebracht voor ombouw tot netpoortschip. Werd als zodanig in reserve gehouden tot de definitieve uitdienststelling medio 1961. Thans als opleidingsschip in gebruik bij het Zeekadetkorps Nederland – afdeling IJmuiden.

Uit “De Zeekadet”, 5de jaargang, nummer 2, April 1962.

Heyman van Wolferen

Het tweede korpsschip van ZKK Den Haag. Het schip werd op 3 december 1957 aan het korps overgedragen.

In dienst gesteld 12 april 1943, MMS 237
Waterverplaatsing 219 ton
Lengte 36,40m
Breedte 7,20m
Diepgang 2,50m
Machinevermogen 480pk
Snelheid 10 mijl
Bemanning 18 koppen

Een ex-mijnenveger van de Koninklijke Marine. In 1945 kreeg het schip IJmuiden als basis. In 1948 verhuisde het schip naar Den Helder en behoorde tot het 2e mijnenveegflottielje. In 1950 veranderde het naamsein in M862. In april 1955 verbouwd tot duikvaartuig met als naamsein A897. Op 3 december 1957 overgedragen aan zeekadetkorps Den Haag. Op 22 mei 1962 wordt het schip overgedragen aan het korps Arnhem. In 1963 wegens slechte staat verkocht aan de fam. Scholte te Diemen. In 1964 werd het gekocht door de Amsterdamse politieman De Boer voor een weekeindverblijf. In 1965 zonk het wrak in Amsterdam.

Het schip heette oorspronkelijk Hr.Ms. Beveland en was van het type “105 voet” (Mickey’s). Deze hebben een groot aandeel gehad in het vegen van Duitse en gealieerde mijnen voor de Nederlandse kust.

Hydrograaf

Het tweede korpsschip van ZKK Rotterdam. Het ex-opneem vaartuig werd in 1963 ontvangen in Rotterdam.

Ex Hr.Ms. Hydrograaf was tot zijn officiële uitdienststelling (eind 1962) het oudste marineschip. Het werd in 1909 bij de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw “Fijenoord” te Rotterdam op “stapel” gezet en op 4 mei 1910 voor het eerst in dienst gesteld.

Als opnemingsvaartuig deed het steeds dienst in de Nederlandse wateren. Alleen gedurende de tweede wereldoorlog verbleef het in Engeland. De scheepsingenieurs raken over dit prachtige schip nooit uitgepraat. Zo degelijk ouderwets werd het gebouwd en ingericht.

Technische gegevens;
Grootste lengte: 40,50m
Grootste breedte: 6,70m
Gemiddelde diepgang: 1,90m
Standaard waterverplaatsing: 260 ton
Voortstuwing: Triple expansie (laatste kolenschip van de Koninklijke Marine)
Vermogen: 400 apk
Snelheid: 10 mijl p/uur
Bemanning: 19 koppen

Lemaire

Ondina

Het tweede korpsschip van ZKK Den Helder. Op vrijdag 31 mei 1963 werd het schip in dienst gesteld. Het voormalige communicatievaartuig “Belana” werd als “Ondina” aan ZKK Den Helder overgedragen.

P861

Het eerste korpsschip van ZKK Rotterdam. Een voormalige snelboot van de Koninklijke Marine. De P361 was 22m. lang en 6m. breed. Het schip werd in bruikleen verkregen van de KM en kreeg haar ligplaats bij de onderzeedienst in de Waalhaven.

Het schip kwam in 1959 en ging bij het korps weg in 1962. Het is verkocht.

Polaris

Rozenburg

Het eerste korpsschip van ZKK Groningen. De ex-mijnenveger werd op 15 maart 1958 feestelijk in Groningen ontvangen. De ligplaats van het schip was aan de Oosterhamrikkanaal bij de Kapteynbrug.

Spica

Jan van Gelder.

Het tweede korpsschip van ZKK Schiedam. Het voormalige netpoortschip van de Koninklijke Marine arriveerde in 1961 in Schiedam.

De Jan van Gelder (A928) is gebouwd bij de werf Gusto/voorheen A.F. Smulders te Schiedam in 1936. Voor het eerst in dienst gesteld: 13 september 1937. Deze mijnenveger was één van de vier in Nederland gebaseerde mijnenvegers van dit type. Gedurende de mobilisatie (1939-1940) vormden deze vier schepen het eerste flottielje mijnenvegers met als basis Den Helder. Werd op 2 oktober 1939 ten westen van Terschelling ernstig beschadigd door een mijnexplosie, doch behouden te Den Helder binnengebracht.

Na herstel op de werf Gusto in april 1940 weer in dienst gesteld. Op 10 mei 1940 bij het uitbreken van de oorlog in Nederland naar Engeland gezonden als escorte van Hr.Ms. onderzeeboot O13. Werd aan de Britse marine uitgeleend en voer dus gedurende de oorlogsjaren voornamleijk onder Britse vlag. ( escortediensten) Keerde in maart 1946 in Nederland terug.
Vertrok in maart 1947 samen met mijnenlegger Willem van der Zaan naar Indonesië om aldaar twee maanden later te Batavia te arriveren. Deed aanvankelijk dienst als patrouillevaartuig om op 1 juli 1949 te worden ingedeeld bij het eerste flottielje mijnenvegers. In flottieljeverban (samen met de Hr.Ms. Abraham Crijnssen, Pieter Florisz, en Abraham van der Hulst) op 15 augustus terug naar Nederland.

Na een kort onderhoud werd de “Jan van Gelder” op 14 november 1952 ter beschikking gesteld van de technische opleidingen der Koninklijke Marine te Amsterdam om op 1 juni 1956 naar de Rijkswerf te Den Helder te worden overgebracht voor ombouw tot netpoortschip. Werd als zodanig in reserve gehouden tot medio 1961. Daarna als opleidingsschip bij het korps Schiedam in dienst gesteld.

Zeester en Zephyr

Willem Beukelsz

Hoop op Zegen

Schuiling

Jan Tempelaars

Ik heb een aanvulling!

1 + 13 =