Harmen Engel

Harmen Engel

Kapitein - eigenaar binnenvaart

Geboren: 1987
Zeekadetkorps: Commandant Zeekadetkorps Gouda
Lid sinds: 1996

Sinds 1 maart 2015 ben ik benoemd tot commandant van het Zeekadetkorps Gouda. Dat vind ik een hele eer omdat ik op deze manier nóg meer kan betekenen voor de stichting waar ik mijn huidige beroep aan heb te danken.

 

Als zevenjarig jongetje had ik al bedacht dat ik ooit schipper wilde worden omdat ik altijd in of rond het water te vinden was en veel van bootjes hield. In de sloot en in bad en als ik ze door de Gouwe zag varen.

Toen in 1996 sinterklaas in Waddinxveen werd gebracht met behulp van het Zeekadetkorps Gouda en het korpsschip Freyr vond ik dat zó indrukwekkend dat ik ook bij het zeekadetkorps wilde. Mijn ouders verbaasde dat niet. In 1996 was het zeekadetkorps zo groot dat er twee korpsschepen waren; het binnenvaartschip Hoop doet leven en het zeewaardige voormalige patrouillevaartuig Freyr.

Eenmaal bij de zeekadetten heb ik naast heel veel plezier tijdens spellen en kampen, het varen met de vletten en het zeilen, ook heel veel geleerd. Veel vaardigheden, die me nu nog steeds van pas komen. Stap voor stap ben ik door middel van het zeekadetkorps, in het bijzonder mijn taken in de machinekamer voor de technische dienst, maar ook door de opleiding matroos, gevolgd door de opleiding Kapitein Manager op het STC (Binnenvaartopleiding Kapitein Manager op het Scheepvaart en Transport College te Rotterdam) klaargestoomd voor het werk op een schip in de binnenvaart.

Voorafgaand aan de opleiding op het STC heb ik nog vakantiewerk gedaan op een tanker. Die voer richting Duitse kanalen en hoewel ik het hier niet naar mijn zin had, heb ik toch doorgezet, want ja, ik moest en zou gaan varen!

Vanuit de ramen in de klaslokalen van het STC zag ik ze al voorbij varen. Hele grote containerschepen helemaal vol met gekleurde blokjes. Dat zag er stoer uit! Ik kon bijna niet in de schoolbanken blijven zitten.

Gelukkig mocht ik tijdens de opleiding ook stage lopen en dat heb ik gedaan op het droge ladingschip Paradox van 105 meter lang. Maar die containers bleven me interesseren.

Nadat ik in theorie mijn kapiteinspapieren had gehaald, heb ik nog praktijkervaring op gedaan door op verschillende containerschepen te varen als matroos, schipper en tweede kapitein.

In 2012 heb ik uiteindelijk een eigen droge lading schip gekocht van 60 meter (m.v.s. Bona Spes).

Dergelijke relatief kleinere schepen werden in de tijd waarin ik ben gestart, waarin er sprake was van aanhoudende recessie, nog wel op weg geholpen door de bank. Tevens was er ook nog wel relatief veel werk voor dit soort schepen omdat je op veel meer plekken kunt komen waar kleiner vaarwater is. Zo kon ik starten op een eigen schip. Een mooie bijkomstigheid was dat ik hierdoor voornamelijk kon varen in de wateren tussen Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Hierdoor was ik altijd dicht bij huis en kon ik elk weekend thuis zijn om naar de zeekadetten te kunnen gaan en van mijn overige vrije tijd te genieten.

Niet lang nadat ik een eigen schip kocht, werd ik ook schipper op het korpsschip van Gouda, de Freyr. Doordat ik inmiddels ervaring op had gedaan op allerlei andere schepen vond ik het heel leuk om dit geleerde weer in de praktijk te kunnen brengen bij de zeekadetten. En gelukkig viel het wennen aan de Freyr me erg mee! Anders is wel, dat je het korpsschip, in tegenstelling tot mijn eigen schip, met zijn allen moet varen en rekening moet houden met een ieders taak op het schip. In de beroepsvaart werk je namelijk vaak met kleinere teams.

Al met al heeft de zeekadetten mij dus spelenderwijs een heel stuk op weg geholpen in mijn huidige beroep. En ik merk nog steeds, en dat waardeer ik ook steeds meer, dat als er iets stuk gaat aan boord van mijn schip, dat ik kleine reparaties vaak zelf uit kan voeren of kan improviseren omdat ik dit al van jongs af aan heb geleerd bij de zeekadetten.