2 mei 1962

Erehaag voor koninklijke gasten

ZKK Amsterdam en ZKK IJmuiden vertegenwoordigen ons.

Op zaterdagrniddag 28 april riep commandant Spruijt een zestal maal met luide stem “leve het zilveren bruidspaar!!” door loods Celebes aan de Sumatrakade en de korpsen Amsterdam en lJmuiden antwoordden met een driewerf “hoezee, hoezee, hoezee!!” Net zolang tot alles gelijk klonk. De in twee rotten aangetreden erewacht werd vervolgens geïnspecteerd waarbij opmerkingen als “dat haar is er volgende week af, anders sta je met een luifel voor je ogen als Hare Majesteit langs komt” en “die schoenen moeten volgende week glimmend zwart gepoetst zijn en niet alleen maar zwart!!, heel gewoon waren. Een vrij gezette zeekadet werd tot de orde geroepen met een: “Héé, bolle, hou je mond, anders krijg je nog een nauwere buis van me aan!!”. Na dit afschuwelijke dreigement deed geen der aangetreden zeekadetten meer een mond open wat te verwachten was, want commandant Spruijt doet wat hij zegt.

juliana

De inspectie ging verder en de zeekadetten hadden niets anders in te brengen dan “jawel commandant” en “natuurlijk ga ik naar de kapper; dat had ik zelf ook al gedacht.” Zo stonden dan op woensdag 2 mei 1962 de kadetten van de korpsen Amsterdam en IJmuiden inderdaad “spic and span” aangetreden en was er van een wanklank in de vorm van een paar ongepoetste schoenen of een groezelige braniekraag, laat staan een .”luifel voor de ogen” niets meer te bemerken. Beide afdelingen vertegenwoordigden het Zeekadetkorps Nederland; zij stonden daar op de eerste verdieping van loods Celebes opgesteld in twee rijen, waartussendoor de Koninklijke Famille en hunne Koninklijke en adellijke gasten het m.s. “Oranje” van de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” zouden betreden. Nederland vierde immers het 25-jarig huwelijksfeest van zijn beminde Koningin en prins. Achter de zeekadetten, die in het vele licht van de tientallen schijnwerpers met de ogen stonden te knipperen, verhief zich een perstribune waarop verslaggevers en persfotografen druk bezig waren hun blitslampen en telelenzen in stelling te brengen.

Door de voorzitter van ZKK Arnsterdam, kapitein P. A. de Groote, werd een dagorder, ondertekend door de voorzitter van het Hoofdbestuur, voorgelezen waarin o.m. gewezen werd op het bijzondere voorrecht bij u nationale herdenking van de eerste orde als representanten van het Zeekadetkorps Nederland te mogen aantreden. De dagorder eindigde met de woorden: “Beseft de belangrijkheid van deze opdracht en toont dat besef door een kranige houding en een correct voorkomen zodat de ogen van Koningin en Prins aIsmede van hun Koninklijke en adellijke gasten met weIgevallen op jullie zullen rusten.” Op de kade arriveerden inmiddels de hofauto’s en om zes uur precies betraden H.M. Koningin Juliana en Z.K.H. Prins Bernhard de ontvangstrulmte, waar de commandant van de erehaag, tevens commandant ZKK Arnsterdam, aan het Koninklijk Paar werd voorgesteld en Prins Bernhard hem reeds bij voorbaat dankte voor het presenteren van dit ceremonieel. Toen dit moment voorbij was verbrak commandant Spruijt het protocol door met luider stem: “Leve het Zilveren Bruidspaar!! te roepen, dat ogenblikkelijk even luid en krachtig gevolgd werd door een driewerf “hoezee” terwij1 zestig petten drie maal op en neer gingen.

prinsessen

Blij verrast door deze onverwachte, enthousiaste wijze van begroeten vervolgden Koningin en Prins hierna hun weg tussen de twee rijen zeekadetten door, over een overdekte loopbrug naar de vers in de verf gezette en feestelijk verlichte “Oranje”. Inmiddels had men aan boord, geheel volgens protocol, de pavoisering gestreken en in de voormast de Koninklijke Standaard gehesen. Onderwijl stonden in de loods de zeekadetten op de plaats rust in afwachting van de dingen, die zouden komen. Totdat buiten de Marinierskapel weer begon te spelen, ten teken dat nu de gasten kwamen, en het “gééééft… acht!!!” de zeekadetten onmiddellijk weer in de houding bracht.

Tegen zevenen arriveerden de Groothertogin van Luxemburg en Prins Felix. Enkele ogenblikken later de keizer van Iran en keizerin Farah. De heren droegen allen smoking; de dames waren gekleed in prachtige avondcreaties uit de grote modehuizen van Parijs. Koningin Elizabeth en Prins Philip wandelden langs de erehaag, terwijl de Prins zijn blik goedkeurend over de kadetten liet gaan. Dan volgden onze vier prinsessen, opgewekt lachend, na hen Prins Jan van Luxemburg en de erfprinses, gevolgd door Prins Bertil van Zweden. Nadat na de Koning der Belgen en Koningin Fabiola enkele minuten later Koning Olaf als laatste aan boord was gegaan, speelde de Marinierskapel het “Anchors Aweigh” en trokken sleepboten de “Oranje” langzaam van de kade.

De erewacht was inmiddels ingerukt en de zeekadetten stonden in paradeerrol opgesteld aan dek van de gepavoiseerde “Texelstroom”. Om tenslotte toen de “Oranje”, hoog uittorenend boven de “Texelstroom” op een tiental meters afstand langs gleed, weer te joelen en de groet te brengen aan de op dek en voor de ramen van de vrolijk versierde salons staande koninklijke gasten. Hiermede was voor het Zeekadetkorps het officiële gedeelte van deze avond voorbij. Zo te horen gelukte het de kadetten niet altijd om recht voor zich uit te blijven kijken. Terwijl zij daar in loods Celebes stonden, wisten velen hun ogen zover te verdraaien, dat zij tot aan de valreep de vorsten, vorstinnen, prinsen en prinsessen konden volgen zonder hun hoofd ook maar een centimeter te bewegen. Helemaal correct was dat niet, maar ten slotte zie je niet iedere dag alle vorstenhuizen van Europa op een meter afstand langs je heen trekken.

anker-formatie

Na het inrukken stond voor de zeekadetten nog een zeer belangrijk punt op het programma, namelijk het versterken van de inwendige mens. Bijzonder snel werd afgemarcheerd naar de kantine op het míddenterrein waar de Stoomvaart Maatschappij Nederland? de twee korpsen een broodmaaltijd aanbood. Hier zat ook de Marinierskapel “uit te blazen” en een ieder deed zich te goed aan de rijkbelegde broodjes. Opvallend was het, dat zoveel van onze jongens “aan de sigaar” zijn, want toen een steward van de SMN met een rokertje rondging waren de sigaren in een oogwenk verdwenen en liepen allerlei lieden in enorme rookwolken gehuld met pijnlijke gezichten aan een bolknak te trekken.

Toen alls schoon op was, kwam de tijd waarop de kadetten naar huis gingen en de heren officieren zich voor een “napratertje” terugtrokken in de geriefefijke kapiteinskamer van de SMN. Het was een erewacht die de zeekadetten en officieren van de korpsen Amsterdam en IJmuiden nog lang in herinnering zal blijven en die later ongetwijfeld aan kleinkinderen nog verhaald zal worden.

TP