Frits Dil

Frits Dil

Machinist bagger

Geboren: 1970
Zeekadetkorps: Leiding Zeekadetkorps Alkmaar
Lid sinds: 1982

Na de lagere school heb ik één jaar LTS in Alkmaar gedaan. Dit was een groot drama. In het tweede jaar van de brugklas ben ik ingestroomd op de zeevaartschool in IJmuiden. Dit was een groot succes voor wat betreft de maritieme vakken. De belangrijke vakken (wiskunde, natuurkunde, Engels en Nederlands) waren nog steeds een groot probleem.

In die tijd moest je op C niveau (of lees: zeeniveau) examen doen om voor machinist of stuurman te kunnen doorleren. Ik kreeg dat niet voor elkaar. Dus ik deed examen op B niveau.

We spreken over 1988, toen had je drie mogelijkheden:

  1. Terug naar school voor 1 jaar om het niveau te verbeteren.
  2. Naar zee als matroos voor de mast (aankomend matroos) en na 365 zeedagen weer terug naar school om verder te leren.
  3. Naar een andere school om voor walslurp opgeleid te worden.

Ik heb toen gekozen voor optie 2. Ik ben aan boord van de kruiplijncoaster ‘Vlieland’ gekomen als aankomend matroos. Na een maand of wat begon de kapitein en tevens eigenaar van het schip vragen te stellen over de toekomst. Na een tijdje gepraat te hebben, was het beter voor Frits om terug te gaan naar school. Als aankomend matroos krijg je niet een goed salaris om een normaal pensioen bij elkaar te halen. Dus ik ging in 1989 weer terug naar de zeevaartschool in IJmuiden om voor machinist te leren.

Na twee schooljaren en het diploma W4 (MM) op zak ben ik weer op de ‘Vlieland’ gaan varen. Dit heb ik tot juli 1993 gedaan. In 1993 wou ik wel eens wat anders. Toen ben ik bij de rederij Van Uden Maritime in Rotterdam terecht gekomen. Donderdag even langs op kantoor en zaterdag opstappen als 2e machinist aan boord van de ‘Parkhaven’, die bij de werf van Niehuis te Pernis lag.

Na twee reizen met de ‘Parkhaven’, die inmiddels de naam ‘Umag Saint Malo’ kreeg, ben ik als hoofdmachinist aan boord van de ‘Kalila’ gekomen. Dit schip voer onder Marokkaanse vlag en was in technisch management bij Van Uden. Dit heb ik één reis volgehouden, sindsdien dus geen koeskoes en schapenvlees meer. Daarna in 1996 naar de ‘Maashaven’, die toen ‘Aruba’ heette. Eerst twee maanden als 2de daarna als hoofdmachinist voor de laatste vier maanden.

Na drie reizen als hoofdmachinist heb ik besloten om weer eens naar school te gaan. Dit was in november 1997. Na zes maanden school en diploma A op zak als hoofdmachinist naar de ‘Nirint Progress’. Ook dit schip had Van Uden in technisch management.

We zitten dus nu in juni 1998 en Van Uden koopt het Ro-Ro schip ‘Marceline’ van de firma Cobelfret uit België. Dit schip kreeg de naam ‘Beatrixhaven’. Hier heb ik tot januari 2000 als hoofdmachinist op gevaren.

Na vier reizen op  de ‘Beatrixhaven’ werd ik een beetje flauw van  iedere keer het zelfde rondje en gemiddeld 6 uur in een haven.

Toen kwam ik Allard Zwart weer eens tegen. Hij was zeekadetofficier 3e klasse bij ons Zeekadetkorps Alkmaar. Hij werkte als machinist in de bagger. Meestal kwam Allard thuis en dan was ik net weer weg of andersom. Dus ik vertelde dat ik wel weer eens zin had in een andere rederij. Allard zei: nou dat komt mooi uit want bij Boskalis schreeuwen ze om mensen. Dus zo gezegd, zo gedaan.

Ik mee voor een gesprek bij Boskalis. Ik ben toen als 2de machinist naar de ‘Ursa’ gegaan, dat is een zelfvarende cutterzuiger (snijkopzuiger). Ik ben als 1ste machinist van de ‘Ursa’ afgemonsterd. Vanaf 11 september 2012 ben ik 1e machinist op de cutterzuiger ‘Taurus II’, die ook van Boskalis is.