De plaatselijke organisaties zijn eigen rechtspersonen.

Bestuur

In het stichtingsbestuur van een plaatselijke organisatie zitten drie personen of meer. Elk bestuur heeft een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. Een van de bestuursleden is vicevoorzitter.

Verder is in elk bestuur een van de leden belast met taken voor materieel, voor opleidingen en voor public relations. Deze functionarissen worden aangeduid als commissaris. Bij deze taken mogen functies worden gecombineerd.

In veel stichtingsbesturen heeft ook een lid van de korpsleiding zitting als bestuurder.
De banden tussen het bestuur en het kops zijn hecht. Veel bestuursleden hebben een nautische achtergrond. Ook zijn er bestuursleden die zelf als zeekadet of lid van de leiding deel hebben uitgemaakt van een Zeekadetkorps.  Zij staan dicht bij de praktijk en springen af en toe bij in het korps.

Korps

Elke plaatselijke organisatie beheert een Zeekadetkorps. Het plaatselijk korps bestaat uit de korpsleiding en de jeugdleden.

Tot de korpsleiding behoren de Zeekadetofficieren en de onderofficieren in de rangen van schipper en opperschipper. De commandant van het Zeekadetkorps staat aan het hoofd van de korpsleiding. De leden van de korpsleiding zijn vrijwilligers, die goed met jongeren kunnen omgaan en graag anderen leren wat het leven en werken op en bij het water is.Veel leden van de korpsleiding zijn zelf zeekadet geweest.

Tot de jeugdleden behoren de ketelbinkies, zeekadetten en onderofficieren in de rangen van kwartiermeester en bootsman.

Overige vrijwilligers

Bij de plaatselijke organisaties zijn naast het bestuur en de korpsleiding nog andere vrijwilligers actief. Deze vrijwilligers hebben geheel verschillende taken.

Een belangrijke taak  van de Zeekadetkorpsen is kadetten dingen leren die voor het varen en het leven aan boord van een schip belangrijk zijn. De officieren en onderofficieren doen dat. Bij veel korpsen helpen instructeurs hierbij. Die instructeurs zijn voor speciale onderwerpen en hebben vaak lang gevaren. De instructeurs leren de zeekadetten bijvoorbeeld over navigatie of over techniek. Er zijn ook instructeurs voor ehbo-lessen.

Ook worden wel vrijwilligers ingezet bij de begeleiding van de ketelbinkies, dat zijn de jongste korpsleden vanaf 9 jaar. Deze vrijwilligers nemen dan taken over van de officieren en onderofficieren.

Bij enkele korpsen heeft een vrijwilliger de taak van vertrouwenspersoon. Korpsleden kunnen met de vertrouwenspersoon praten als er moeilijkheden zijn, waarvoor zij geen oplossing zien.

Bij veel korpsen zijn vrijwilligers, die veel werk verzetten aan het onderhoud van het korpsschip. Dat is belangrijk werk om veilig met het schip te varen. Vaak zijn dit mensen die vroeger op het korpsschip of een zelfde soort schip hebben gewerkt. Het zijn vakmensen die zich met veel liefde voor hun werk inzetten.

Dat is belangrijk werk om veilig met de zeekadetten te varen.